Bali is niet islamitisch. Het eiland is het enige overwegend hindoeïstische gebied in Indonesië, een land dat verder voor het grootste deel moslim is. Ongeveer 83 tot 87 procent van de Balinese bevolking belijdt het hindoeïsme, in een lokale vorm die bekendstaat als het Balinese hindoeïsme of Agama Hindu Dharma.
Dat maakt Bali uniek. Want Indonesië als geheel telt juist de meeste moslims ter wereld. Op de rest van de Indonesische eilanden, zoals Java, Sumatra en Lombok, is de islam veruit de grootste religie. Bali springt er daarin sterk uit.
Is Bali islamitisch? Nee, Bali is hindoeïstisch
Het hindoeïsme op Bali heeft een lange geschiedenis. Vóór de verspreiding van de islam door de Indonesische archipel, vanaf de 13e en 14e eeuw, was het hindoeïsme en boeddhisme wijdverbreid in de regio. Op de meeste eilanden verdween het hindoeïsme langzaam, maar op Bali bleef het bestaan. Dat heeft te maken met de geografische ligging van het eiland en de sterke eigen cultuur die Bali door de eeuwen heen wist te bewaren.
Het Balinese hindoeïsme verschilt overigens van het hindoeïsme zoals dat in India wordt beoefend. Het heeft elementen van het boeddhisme, animisme en lokale voorouderverering opgenomen. Dat zie je terug in de talloze tempels, de dagelijkse offerandes (canang sari) die je overal op straat vindt, en de uitbundige religieuze feesten en ceremonies.
Welke religies zijn er nog meer op Bali?
Naast hindoes wonen er op Bali ook moslims, christenen en boeddhisten. Moslims vormen de op een na grootste groep, naar schatting zo’n 13 procent van de bevolking. Veel van hen zijn immigranten of nakomelingen van mensen van andere Indonesische eilanden, zoals Lombok of Java. Je vindt op Bali dan ook moskeeën, maar die zijn veel minder zichtbaar dan de duizenden hindoetempels die het eiland telt.
Christenen en boeddhisten maken elk een klein deel van de bevolking uit. De religieuze sfeer op Bali is over het algemeen tolerant: verschillende geloofsgroepen leven er naast elkaar zonder grote spanningen.
Wat merk je als bezoeker van de hindoecultuur?
Als je Bali bezoekt, merk je de hindoecultuur overal. Een paar concrete voorbeelden:
- Bijna elk huis heeft een eigen huistempel (sanggah), vaak met een klein paviljoen en versieringen.
- Dagelijks leggen Balinezen kleine offerandes neer van bloemen, rijst en wierook. Die liggen letterlijk voor je voeten op stoepen en drempelstenen.
- Grote tempels zoals de Pura Besakih (de “moedertempel” op de flanken van de vulkaan Agung) zijn heilige plekken waarvoor je gepaste kleding draagt, zoals een sarong.
- Regelmatig zijn er religieuze optochten op straat, waarbij het verkeer soms stopt voor een processie.
- Het Balinese Nieuwjaar, Nyepi, is een dag van stilte waarop het eiland letterlijk platgelegd wordt: geen verkeer, geen lichten, geen lawaai.
Nyepi is misschien wel het meest opvallende voorbeeld. Op die dag geldt een 24-uursstilte voor het hele eiland, inclusief de luchthaven die sluit. Als toerist wordt van je verwacht dat je ook meedoet en binnenblijft.
Waarom bleef Bali hindoeïstisch terwijl de rest van Indonesië islamitisch werd?
Historisch gezien verspreidde de islam zich via handelswegen door de Indonesische archipel, met name via kuststeden. Bali had minder intensief handelscontact met de islamitische wereld en had bovendien een sterke eigen hofcultuur die nauw verbonden was met het hindoeïsme. Toen het hindoe-boeddhistische koninkrijk Majapahit op Java instortte in de 15e en 16e eeuw, vluchtten veel hindoe-priesters, adel en kunstenaars naar Bali. Dat versterkte het hindoeïsme op het eiland juist op het moment dat het elders verdween.
Die combinatie van geografische afstand, een sterke hoftraditie en de instroom van hindoe-vluchtelingen maakte dat Bali zijn religie en cultuur behield terwijl de islam de rest van de archipel innam.
Bali is dus allesbehalve islamitisch. Het is een hindoe-eiland in een islamitisch land, met een eigen religie, eigen feesten en een dagelijks leven dat diep verweven is met spirituele tradities. Dat maakt Bali zo herkenbaar anders dan de rest van Indonesië en tegelijk zo uniek in Zuidoost-Azië.


